ECLI:NL:GHSGR:2011:BU3856
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging WOZ-waardering en objectafbakening van afzonderlijk verhuurde woningen
Belanghebbende betwistte de WOZ-waardering van zes woningen die deel uitmaken van twee panden, waarbij hij stelde dat de panden als één object moesten worden gewaardeerd omdat splitsing in appartementsrechten niet mogelijk is. De rechtbank vernietigde de waardering voor twee woningen en bevestigde deze voor de overige vier.
In hoger beroep bevestigde het Hof de uitspraak van de rechtbank. Het Hof verwees naar de Hoge Raad die oordeelde dat woningen die als afzonderlijk geheel worden gebruikt, ook als afzonderlijke onroerende zaken moeten worden gewaardeerd, ongeacht de mogelijkheid tot splitsing in appartementsrechten. De waardering moet plaatsvinden alsof eigendom overdraagbaar is, volgens de overdrachts- en verkrijgingsfictie uit de Wet WOZ.
Het Hof oordeelde dat de Inspecteur terecht de woningen afzonderlijk heeft gewaardeerd en dat de vastgestelde WOZ-waarden niet te hoog zijn. Het hoger beroep van belanghebbende werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het Gerechtshof bevestigt dat de woningen als afzonderlijke WOZ-objecten moeten worden gewaardeerd en verklaart het hoger beroep ongegrond.