ECLI:NL:HR:2004:AO9861
Hoge Raad
- Cassatie
- A.G. Pos
- L. Monné
- J.C. van Oven
- A.R. Leemreis
- C.J.J. van Maanen
- Rechtspraak.nl
Waardering WOZ van onsplitsbare woongebouwen als afzonderlijke woningen
Belanghebbende is eigenaar van gebouwen met negen afzonderlijk verhuurde woningen die niet gesplitst mogen worden in appartementsrechten. De Directeur Gemeentebelastingen stelde de waarde van elke woning afzonderlijk vast voor de WOZ-heffing. Belanghebbende maakte bezwaar, dat werd afgewezen door de Directeur en het Hof.
In cassatie betoogde belanghebbende dat rekening gehouden moest worden met het splitsingsverbod en dat de waardering als afzonderlijke woningen onrechtvaardig en discriminerend was. De Hoge Raad oordeelde dat de Wet WOZ voorschrijft dat elk deel dat bestemd is als afzonderlijke woning als een afzonderlijke onroerende zaak moet worden gewaardeerd, ook als splitsing in appartementsrechten niet mogelijk is.
De Hoge Raad verwierp het beroep en bevestigde dat de waardering als afzonderlijke woningen geen strijd oplevert met het gelijkheidsbeginsel of internationale verdragen. De procedurekosten werden niet aan belanghebbende opgelegd. Het beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt ongegrond verklaard en de woningen worden afzonderlijk gewaardeerd voor de WOZ-heffing ondanks het splitsingsverbod.