ECLI:NL:GHSGR:2011:BU3687
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Chr.Th.P.M. Zandhuis
- P.J.J. Vonk
- H.A.J. Kroon
- Rechtspraak.nl
Aftrek onderhoudsverplichting na beëindiging samenwoning zonder geregistreerd partnerschap
Belanghebbende en mevrouw A hebben van april 1996 tot augustus 2006 samengewoond zonder geregistreerd partnerschap of samenlevingsovereenkomst. Na de beëindiging van de relatie in augustus 2006 verbleef mevrouw A in de gezamenlijke woning en beschikte zij niet over eigen inkomsten tot eind 2006.
Belanghebbende bracht in zijn aangifte inkomstenbelasting 2006 een bedrag van € 2.175 aan betaalde alimentatie als persoonsgebonden aftrekpost in, welke door de Inspecteur werd afgewezen omdat de morele verplichting niet was omgezet in een juridisch afdwingbare verplichting. De rechtbank oordeelde echter dat de morele verplichting door gedragingen en wederzijdse instemming was omgezet in een rechtens vorderbare overeenkomst, waardoor de aftrek terecht was.
Het hof bevestigt dit oordeel en overweegt dat de gedragingen en het niet terugvorderen van het bedrag door belanghebbende duiden op een omzetting van de natuurlijke verbintenis in een juridisch afdwingbare overeenkomst. De betalingen zijn daarom aftrekbaar als onderhoudsverplichting. Tevens wordt de Inspecteur veroordeeld in de proceskosten en wordt het griffierecht opgelegd.
Uitkomst: Het hof bevestigt dat de betalingen aan de ex-partner aftrekbaar zijn als onderhoudsverplichting omdat de morele verplichting is omgezet in een juridisch afdwingbare overeenkomst.