ECLI:NL:GHSGR:2011:BU1865
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Huurprijsvermindering en afwijzing partiële ontbinding wegens gebreken aan huurwoning
De zaak betreft een huurgeschil waarbij appellant de huurprijs wilde verminderen vanwege gebreken aan de gehuurde woning en tevens partiële ontbinding van de huurovereenkomst vorderde. De geïntimeerde, eigenaar van de woning sinds 29 juni 2005, werd door de gemeente Rotterdam meerdere malen aangesproken om de gebreken te herstellen.
De rechtbank had de huurprijs verminderd met 25% vanaf oktober 2007 en de huurovereenkomst ontbonden wegens huurachterstand. In hoger beroep vorderde appellant een huurprijsvermindering vanaf juni 2005 en stelde dat de huurovereenkomst partieel ontbonden was wegens gebreken die het huurgenot verminderden.
Het hof oordeelde dat de gebreken inderdaad het huurgenot verminderden en dat de verhuurder onvoldoende had gemotiveerd dat de gebreken waren hersteld. De huurprijs werd daarom verminderd tot €109,41 per maand voor de periode van 19 oktober 2006 tot 1 maart 2009, aansluitend bij een uitspraak van de huurcommissie. De vorderingen tot partiële ontbinding en schadevergoeding werden afgewezen omdat de wettelijke regeling voor huurvermindering en ontbinding via artikel 7:207 en Pro 7:257 BW voorziet.
De vorderingen van geïntimeerde tot betaling van achterstallige huur werden afgewezen omdat appellant meer huur had betaald dan verschuldigd, ondanks een achterstand in betalingstermijnen. Het hof veroordeelde geïntimeerde in de kosten van de procedure en verklaarde het arrest uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: De kale huurprijs wordt verminderd tot €109,41 per maand voor de periode 19 oktober 2006 tot 1 maart 2009; overige vorderingen worden afgewezen.