ECLI:NL:GHSGR:2011:BQ9183
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- P.J.J. Vonk
- H.A.J. Kroon
- Chr.Th.P.M. Zandhuis
- Rechtspraak.nl
Bevestiging rechtbankuitspraken inzake voorlopige aanslagen en rentevergoeding inkomstenbelasting 2006 en 2007
Belanghebbende maakte bezwaar tegen ambtshalve verminderingen van voorlopige aanslagen inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen voor de jaren 2006 en 2007. De Inspecteur verklaarde deze bezwaren niet-ontvankelijk, waarna de rechtbank deze uitspraken bevestigde. Belanghebbende stelde dat de Inspecteur had moeten kiezen voor het opleggen van nadere voorlopige aanslagen, zodat hij recht zou hebben op heffingsrente vanaf 1 juli van het aanslagjaar in plaats van invorderingsrente vanaf 1 januari van het volgende jaar.
Het Hof overwoog dat de Inspecteur wettelijk twee wegen heeft om verminderingen te bewerkstelligen: ambtshalve vermindering of nadere voorlopige aanslagen. Het zorgvuldigheids- en evenredigheidsbeginsel vereisen dat de Inspecteur de voor de belastingplichtige gunstigste weg kiest. In dit geval koos de Inspecteur echter niet voor de gunstigste optie, wat een schending van deze beginselen oplevert en een onrechtmatige overheidsdaad kan vormen.
Echter, omdat belanghebbende geen vergoeding in de belastingprocedure heeft verkregen en de bezwaarschriften tegen de invorderingsrente te laat zijn ingediend, zijn de beroepen ongegrond verklaard. Het Hof bevestigde de uitspraken van de rechtbank en wees erop dat belanghebbende de civiele rechter kan aanspreken voor schadevergoeding. De proceskostenveroordeling werd afgewezen.
Uitkomst: Het Hof bevestigt de uitspraken van de rechtbank en verklaart de hoger beroepen van belanghebbende ongegrond.