ECLI:NL:GHSGR:2011:BQ7873
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Van den Wildenberg
- Mink
- Hulsebosch
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot schorsing uitvoerbaarheid zorg- en opvoedingsregeling in hoger beroep
De moeder is in hoger beroep gekomen tegen een beschikking van de rechtbank die een zorg- en opvoedingsregeling uitvoerbaar bij voorraad heeft verklaard, waarbij omgang van de minderjarige met de vader is vastgesteld.
Zij verzocht het hof om schorsing van de uitvoerbaarheid bij voorraad, stellende dat onbegeleid contact tussen vader en minderjarige een noodtoestand zou veroorzaken en dat de beschikking berust op een juridische en feitelijke misslag, mede vanwege het ontbreken van psychologisch onderzoek naar de vader.
De vader en Jeugdzorg betwistten deze stellingen en gaven aan dat de omgang goed verloopt, er geen gedragsproblemen zijn en dat de moeder bewust de regeling frustreert. Het hof stelde vast dat geen feiten of omstandigheden waren aangevoerd die een schorsing rechtvaardigen.
Het hof oordeelde dat het belang van de vader bij het behoud van contact zwaarder weegt dan het belang van de moeder bij schorsing, mede gelet op de jonge leeftijd van de minderjarige en het belang van regelmatige omgang.
Daarom wees het hof het verzoek tot schorsing af en hield de beslissing over proceskosten aan tot de bodemprocedure.
Uitkomst: Het hof wijst het verzoek van de moeder tot schorsing van de uitvoerbaarheid bij voorraad van de zorg- en opvoedingsregeling af.