ECLI:NL:GHSGR:2011:BQ6754
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vaststelling schadevergoeding wegens verlies aan verdienvermogen na arbeidsongeval
In deze civiele zaak stond de vaststelling van de omvang van de schadevergoeding wegens verlies aan verdienvermogen na een arbeidsongeval centraal. Het hof heeft bij tussenarrest een comparitie gelast om de schade en de wijze van bepaling daarvan met partijen te bespreken en een minnelijke regeling te beproeven, maar een schikking kwam niet tot stand.
Het hof oordeelde dat ondanks een pre-existente knieafwijking, appellant door het ongeval nog gedurende enige periode verlies aan verdienvermogen heeft geleden. Er is sprake van een restverdiencapaciteit, waarbij appellant in staat wordt geacht om kniebesparend werk te verrichten, hoewel hij stelt daartoe niet in staat te zijn. Deze stelling werd niet onderbouwd met medische stukken en het hof concludeerde dat appellant onvoldoende inspanningen heeft verricht om passend werk te vinden.
Het hof stelde de periode waarin appellant recht heeft op schadevergoeding op twee jaar na het ongeval, waarbij ook de toegenomen economische kwetsbaarheid is meegenomen. Op basis van de beschikbare gegevens werd de schade begroot op €12.500. Het hof vernietigde het eerdere vonnis en veroordeelde geïntimeerde tot betaling van deze schadevergoeding met wettelijke rente vanaf de datum van dagvaarding. Tevens werden de proceskosten in eerste aanleg en hoger beroep gecompenseerd.
Uitkomst: Geïntimeerde wordt veroordeeld tot betaling van €12.500 schadevergoeding met wettelijke rente vanaf 1 februari 2005.