ECLI:NL:GHSGR:2011:BQ3175
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-tijdige opzegging huurovereenkomst bedrijfsruimte en afwijzing vorderingen huurder
In deze zaak stond centraal of de huurovereenkomst van een bedrijfsruimte tijdig was opgezegd door de huurders, voormalige vennoten van een vof die de bedrijfsruimte gebruikte voor een kinderboetiek. De huurovereenkomst was aangegaan voor twee jaar met automatische verlenging en een opzegtermijn van zes maanden in de eerste periode.
De huurders stelden dat zij de overeenkomst tijdig hadden opgezegd door brieven in de brievenbus van de verhuurder te deponeren op 30 en 31 januari 2006, waarmee zij de overeenkomst per 1 augustus 2006 wilden beëindigen. De verhuurder betwistte ontvangst van de brieven binnen de vereiste termijn en stelde dat hij deze pas later had ontvangen.
Het hof oordeelde dat de huurders voldoende bewijs hadden geleverd dat de brieven tijdig waren bezorgd, gesteund door meerdere getuigenverklaringen. De enkele verklaring van de verhuurder dat hij de brieven later ontving, was onvoldoende om dit te weerleggen. Ook werd geoordeeld dat het niet voldoen aan de vormvereiste van aangetekende brief of exploot in deze omstandigheden naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid niet tot afwijzing mocht leiden.
De overige grieven van de verhuurder faalden, waaronder het betoog dat de huurders hun verweer hadden prijsgegeven in een eerder kort geding. Het hof bekrachtigde de vonnissen van de rechtbank en veroordeelde de verhuurder in de kosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de vonnissen en wijst de vorderingen van de huurder af wegens niet-tijdige opzegging.