ECLI:NL:GHSGR:2011:BP9490
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Gerechtshof bevestigt geldigheid en inbreuk op Europese octrooien EP 0.733.710 en EP 0.733.712 betreffende L-lysine productie met genetisch gemodificeerde E.coli stam
In deze civiele zaak staat de geldigheid en inbreuk op de Europese octrooien EP 0.733.710 en EP 0.733.712 centraal, die betrekking hebben op een methode voor de productie van L-lysine via fermentatie met een genetisch gemodificeerde E.coli stam. De appellanten, bestaande uit diverse buitenlandse vennootschappen, betwisten de geldigheid van de octrooien en stellen dat zij geen inbreuk maken.
De rechtbank ’s-Gravenhage had zich onbevoegd verklaard voor grensoverschrijdende vorderingen, maar oordeelde dat er inbreuk was in Nederland en verbood de appellanten gebruik van de genetisch gemodificeerde stam. Het hof bevestigt dit oordeel en gaat uitgebreid in op de technische en juridische aspecten, waaronder de inventiviteit van de specifieke mutaties in het dapA-gen en de keuze voor het enzym transhydrogenase als NADPH-genererend systeem.
Het hof concludeert dat de octrooien geldig zijn, mede omdat de stand van de techniek geen aanwijzingen gaf voor de specifieke mutaties en de verrassende keuze van het enzym. Tevens is vastgesteld dat de door appellanten gebruikte bacteriestam voldoet aan de kenmerken van de octrooiconclusies, wat inbreuk oplevert. Diverse technische rapporten en deskundigenverklaringen ondersteunen deze conclusies.
De zaak bevat uitgebreide analyses van wetenschappelijke publicaties, octrooiaanvragen en experimentele gegevens, waarbij het hof zorgvuldig afweegt of de uitvindingen nieuw en inventief zijn. Het vonnis bevestigt het verbod op het gebruik van de genetisch gemodificeerde E.coli stam door appellanten en wijst hun vorderingen af.
Uitkomst: Het hof bevestigt de geldigheid van de octrooien en oordeelt dat GBT c.s. inbreuk maken met hun genetisch gemodificeerde E.coli stam voor L-lysine productie.