ECLI:NL:GHSGR:2011:BP7823
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- M.H. van Coeverden
- S.R. Mellema
- V. Disselkoen
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen ontslag op staande voet wegens vermeende werkweigering
De zaak betreft een hoger beroep van Stichting R.K. Zorgcentrum Roomburgh tegen een vonnis van de kantonrechter waarin het ontslag op staande voet van een werknemer, voormalig hoofd keuken en teamleider voedingsdienst, centraal staat. De werknemer was sinds 1991 in dienst en werd in 2009 eenzijdig gedegradeerd tot kok, met een lager salaris. Na een periode van arbeidsongeschiktheid en onvoldoende re-integratie-inspanningen door Roomburgh, werd de werknemer opgeroepen om als kok te werken. Hij verscheen niet, waarna Roomburgh hem op staande voet ontsloeg wegens werkweigering.
Het hof overweegt dat ontslag op staande voet een ultimum remedium is en dat de werkgever eerst andere sancties moet toepassen. Gezien het UWV-rapport dat de re-integratie-inspanningen van Roomburgh onvoldoende achtte en de loondoorbetalingsplicht tot maximaal 52 weken oplegde, is het onduidelijk waarom Roomburgh niet volstond met het stopzetten van de loondoorbetaling. Bovendien was de oproep om als kok te werken geen redelijke opdracht in de zin van werkweigering, omdat de functie eenzijdig was gewijzigd zonder geldige grondslag.
Het hof verwacht dat in een bodemprocedure zal worden geoordeeld dat het ontslag op staande voet niet rechtsgeldig is en dat de arbeidsovereenkomst niet op 2 september 2010 is geëindigd. Daarom is Roomburgh in beginsel gehouden het volledige loon van de oorspronkelijke functie te betalen. Het hof gelast een meervoudige comparitie voor het beproeven van een minnelijke regeling en houdt verdere beslissing aan.
Uitkomst: Het ontslag op staande voet wordt voorlopig niet als rechtsgeldig beschouwd en verdere beslissing wordt aangehouden voor een comparitie.