ECLI:NL:GHSGR:2010:BP4353
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- J. Borgesius
- M.A. van der Ham
- G.J. Fleers
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak verdachte fiscale delicten en valsheid in geschrift
Het gerechtshof te 's-Gravenhage behandelde het hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank 's-Gravenhage van 25 april 2008. Verdachte werd verdacht van het doen van onjuiste belastingaangiften over de jaren 1996 tot en met 2002, het niet voldoen aan de inlichtingen- en exhibitieplicht, en het vervalsen en gebruiken van documenten in het faillissement van een bedrijf.
In eerste aanleg werd verdachte veroordeeld voor enkele fiscale delicten en het niet voldoen aan verplichtingen, maar vrijgesproken van valsheid in geschrift. Het hof herzag het bewijs en oordeelde dat de fiscale voordelen die verdachte behaalde uit aandelenverkoop niet zonder meer als belastbare inkomsten konden worden aangemerkt. Er was onvoldoende bewijs dat verdachte opzettelijk onjuiste aangiften had gedaan met de strekking om te weinig belasting te betalen.
Daarnaast achtte het hof de stelling van de advocaat-generaal dat verdachte documenten had vervalst niet wettig en overtuigend bewezen. De vermeende datums en handtekeningen konden niet worden aangemerkt als valsheid. Ook de niet-naleving van de inlichtingen- en exhibitieplicht was niet buiten twijfel vastgesteld.
Daarom vernietigde het hof het vonnis van de rechtbank voor zover het betrekking had op deze feiten en sprak verdachte vrij van alle tenlastegelegde feiten. Het hoger beroep werd beperkt tot deze punten, waarbij andere tenlasteleggingen waren ingetrokken of nietig verklaard.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken van alle tenlastegelegde fiscale delicten en valsheid in geschrift wegens onvoldoende bewijs.