ECLI:NL:GHSGR:2010:BO6512
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- M.H. van Coeverden
- V. Disselkoen
- E.M. Dousma-Valk
- Rechtspraak.nl
Ongeoorloofde discriminatie parttimers bij pensioenregeling en verjaring van vorderingen
Deze civiele zaak betreft de geschillen tussen een groep parttimers en hulpkrachten enerzijds en hun werkgever Vendex KBB cs anderzijds over deelname aan een pensioenregeling en de verjaring van hun aanspraken. De werknemers waren aanvankelijk uitgesloten van deelname of hadden een wachttijd, terwijl fulltimers direct deelnamen. Na eerdere procedures en een arrest van de Hoge Raad is de zaak terugverwezen naar het gerechtshof voor nadere beoordeling.
Het hof stelt vast dat de pensioenregeling en de informatievoorziening aan parttimers ontoereikend waren. Parttimers werden onvoldoende en niet persoonlijk geïnformeerd over hun facultatieve mogelijkheid tot deelname, waardoor zij feitelijk werden uitgesloten en in strijd met artikel 119 EG Pro-Verdrag ongerechtvaardigd werden gediscrimineerd. Dit oordeel sluit aan bij eerdere overwegingen van de Hoge Raad.
Daarnaast beoordeelt het hof de vraag of de aanspraken van parttimers en hulpkrachten zijn verjaard volgens artikel 3:310 BW Pro, mede in het licht van het overgangsrecht en het Protocol van Maastricht. Het hof acht het nodig prejudiciële vragen te stellen aan het HvJ EU en gelast een comparitie om verdere processtukken en stellingen te vernemen.
De procedure wordt aangehouden en partijen worden opgeroepen voor een comparitie. Het hof benadrukt dat verdere beslissingen afhankelijk zijn van de uitkomsten van deze procedure en de beantwoording van de prejudiciële vragen.
Uitkomst: Het hof houdt de zaak aan voor een comparitie en het stellen van prejudiciële vragen over verjaring en informatievoorziening.