ECLI:NL:GHSGR:2010:BO3350
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak bedreiging politicus wegens onvoldoende bewijs van ernstige bedreiging
De verdachte werd in eerste aanleg veroordeeld voor bedreiging van een politicus via een raptekst en een videoclip op internet, waarin dreigende teksten en geluiden van pistoolschoten waren verwerkt. De aangever deed aangifte nadat hij de videoclip had bekeken en het geluid had gehoord, hetgeen hem een ernstige bedreiging deed voelen.
In hoger beroep stelde de verdediging dat het openbaar ministerie niet-ontvankelijk was vanwege het niet opsporen van de maker van de videoclip en voerde aan dat het bewijs onvoldoende was. Het hof oordeelde dat het OM ontvankelijk was en dat de aanhouding en inverzekeringstelling van de verdachte rechtmatig waren, ondanks een vormverzuim bij het eerste verhoor.
Het hof concludeerde dat de raptekst op zichzelf niet voldoende was om een redelijke vrees voor het leven van de aangever te doen ontstaan, mede omdat onduidelijk bleef welke videoclip precies aanleiding gaf tot de aangifte. De videoclip die het hof zag bevatte geen pistoolgeluiden, terwijl de aangever juist die combinatie als bedreigend ervoer. Hierdoor kon niet wettig en overtuigend worden bewezen dat sprake was van een bedreiging in de zin van artikel 285 Sr Pro.
Daarom vernietigde het hof het vonnis van de rechtbank en sprak de verdachte vrij. Tevens wees het hof de vordering tot tenuitvoerlegging van een eerdere voorwaardelijke straf af, omdat de verdachte werd vrijgesproken van het tenlastegelegde.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende wettig en overtuigend bewijs van bedreiging.