ECLI:NL:GHSGR:2010:BO2460
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep kort geding
- E.M. Dousma-Valk
- C.G. Beyer-Lazonder
- M.H. van Coeverden
- Rechtspraak.nl
Bekrachtiging vonnis in hoger beroep executiegeschil over toelage plaatsvervangend directeurschap
Appellante was in dienst bij de Nederlandse Antillen en vorderde betaling van een toelage voor het plaatsvervangend directeurschap. De kantonrechter had de arbeidsovereenkomst beëindigd en de Nederlandse Antillen veroordeeld tot betaling van deze toelage, maar zonder de hoogte ervan te specificeren. Er ontstond discussie over de hoogte van de toelage en appellante legde executoriaal beslag op banktegoeden van de Nederlandse Antillen.
De Nederlandse Antillen startte een kort geding om het beslag op te heffen, stellende dat zij reeds volledig had voldaan en een bankgarantie had gesteld. De voorzieningenrechter oordeelde dat niet kon worden vastgesteld wie gelijk had over de hoogte van de toelage en dat appellante geen belang meer had bij het beslag vanwege de bankgarantie. Het beslag werd opgeheven en de verdere executie geschorst.
In hoger beroep vorderde appellante vernietiging van dit vonnis. Het hof oordeelde dat executiemaatregelen terughoudend moeten worden toegepast als onduidelijk is of er nog iets te executeren valt. De bankgarantie dekte de vordering en appellante had onvoldoende aannemelijk gemaakt dat zij recht had op meer dan reeds betaald. Ook haar andere vordering van €4.886,67 was onvoldoende onderbouwd. De grieven faalden en het hof bekrachtigde het bestreden vonnis en veroordeelde appellante in de proceskosten.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis dat het executoriaal bankbeslag opheft en veroordeelt appellante in de proceskosten.