ECLI:NL:GHSGR:2010:BN9615
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- W.M.G. Visser
- J.J.J. Engel
- H.J. van den Steenhoven
- Rechtspraak.nl
Beoordeling werktuigenvrijstelling en waardering tankterminal als gebouwd eigendom
Het gerechtshof 's-Gravenhage behandelde het hoger beroep van de Inspecteur tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam over de WOZ-waardering van een olietankterminal. De kern van het geschil betrof de vraag of het leidingwerk, het meet- en regelstation en de laad- en losarmen als zelfstandige gebouwde eigendommen moeten worden aangemerkt of onder de werktuigenvrijstelling vallen.
De rechtbank had geoordeeld dat de tankterminal als één gebouwd eigendom moet worden beschouwd, waarbij alleen de op- en overslagtanks de waardebepaling bepalen. Het leidingwerk en de laad- en losarmen zijn volgens de rechtbank werktuigen die dienstbaar zijn aan het productieproces en daarom vrijgesteld van waardering.
Het hof bevestigde dit oordeel en benadrukte dat het leidingwerk, het meet- en regelstation en de laad- en losarmen functioneel afhankelijk zijn van de op- en overslagtanks en geen zelfstandige gebruikswaarde hebben. Deze onderdelen kunnen worden verwijderd zonder dat de uiterlijke herkenbaarheid van de tankterminal verloren gaat, waardoor zij onder de werktuigenvrijstelling vallen.
De Inspecteur werd veroordeeld in de proceskosten van belanghebbende en de gemeente Rotterdam werd aangewezen als de partij die deze kosten moet vergoeden. Het hof wees tevens het griffierecht toe. De uitspraak werd op 28 september 2010 in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: Het gerechtshof bevestigt dat de tankterminal als één gebouwd eigendom wordt gewaardeerd en dat het leidingwerk, meet- en regelstation en laad- en losarmen onder de werktuigenvrijstelling vallen en buiten de waardebepaling blijven.