ECLI:NL:HR:1997:AA2223
Hoge Raad
- Cassatie
- Stoffer
- Urlings
- Fleers
- Pos
- Beukenhorst
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad oordeelt over werktuigenvrijstelling en waardering onroerendgoedbelasting elektriciteitscentrale
De zaak betreft aanslagen onroerendgoedbelasting 1989 opgelegd aan N.V. X voor een kolengestookte elektriciteitscentrale te Nijmegen. Na bezwaar en beroep bij het Hof Arnhem werd de heffingsgrondslag verminderd, maar belanghebbende stelde cassatie in tegen het hofarrest. De Hoge Raad onderzocht onder meer de toepassing van de werktuigenvrijstelling, de kwalificatie van havenkranen en grote werktuigen als onroerend goed, de juiste waarderingsgrondslag (gecorrigeerde vervangingswaarde) en de invloed van bodemverontreiniging.
De Hoge Raad bevestigde dat havenkranen ondanks hun beperkte verrijdbaarheid onroerend zijn en dat grote werktuigen binnen gebouwen als zelfstandig gebouwd eigendom kunnen worden aangemerkt. Wel oordeelde de Hoge Raad dat werktuigen binnen gebouwen niet onder de werktuigenvrijstelling vallen, in tegenstelling tot het hof. Verder stelde de Hoge Raad dat het hof een onjuiste maatstaf hanteerde bij de waardering van de gecorrigeerde vervangingswaarde, omdat rekening moet worden gehouden met de bedrijfswaarde en de mogelijkheid tot vervanging door efficiëntere centrales.
Ook werd geoordeeld dat de waardedrukkende invloed van bodemverontreiniging moet worden meegenomen op basis van de werkelijke toestand op de waardepeildatum, ook als die pas later bekend werd. De Hoge Raad vernietigde het hofarrest en verwees de zaak naar het Gerechtshof ’s-Hertogenbosch voor herbehandeling met inachtneming van deze overwegingen. Tevens werden proceskosten toegewezen aan belanghebbende.
Uitkomst: Hoge Raad vernietigt het hofarrest en verwijst de zaak terug voor herbeoordeling van werktuigenvrijstelling, waardering en bodemverontreiniging.