ECLI:NL:GHSGR:2010:BN5746
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- B. van Walderveen
- Th. Groeneveld
- H.A.J. Kroon
- Rechtspraak.nl
Beoordeling premieheffing volksverzekeringen voor Rijnvarenden en ontvankelijkheid bezwaar
Belanghebbende, werkzaam als stuurman op een binnenvaartschip dat eigendom is van haar echtgenoot, betwistte de premieheffing volksverzekeringen voor de jaren 2004 en 2005. Voor 2004 werd haar bezwaar niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de termijn. Het hof bevestigt deze beslissing, omdat niet aannemelijk is gemaakt dat het bezwaar tijdig is ingediend.
Voor 2005 oordeelt het hof dat belanghebbende als rijnvarende onder het Rijnvarendenverdrag valt en dat de onderneming waartoe het schip behoort, wordt gedreven door haar echtgenoot die in Nederland woont. Hierdoor is belanghebbende verzekerd en premieplichtig voor de Nederlandse volksverzekeringen.
Verder wijst het hof het beroep op de formulieren E-101 en E-106 af. Het hof benadrukt dat deze formulieren niet dezelfde werking hebben; met name is de Inspecteur niet gebonden aan een E-106 verklaring bij de premieheffing volksverzekeringen. Ook het beroep op het gelijkheidsbeginsel wordt verworpen. Het hof bevestigt daarmee de eerdere uitspraken van de rechtbank.
Uitkomst: Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de uitspraken van de rechtbank bevestigd.