ECLI:NL:GHSGR:2010:BN2139
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep kort geding
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering student tot toelating propedeuse na bindend studieadvies
De student vorderde in kort geding toelating om zijn propedeuse aan de Hogeschool Rotterdam alsnog te kunnen afronden na het ontvangen van een bindend studieadvies (BSA). Hij stelde dat het BSA slechts het volgen van de bacheloropleiding verhindert, niet het afronden van de propedeuse. De Hogeschool verweerde zich met het standpunt dat het BSA ook de propedeuse omvat en dat de student niet geschikt was vanwege slechte studieresultaten en studiehouding.
Het hof oordeelde dat het BSA inderdaad betrekking heeft op de gehele opleiding inclusief de propedeutische fase, conform de wettelijke bepalingen in de Wet op het hoger onderwijs. Het verzoek van de student om toelating tot het afronden van één vak werd daarom afgewezen. De door de student aangevoerde omstandigheden, zoals zijn suikerziekte, vermeende discriminatie en onterechte beoordeling door een docent, werden onvoldoende aannemelijk gemaakt.
Het hof bevestigde dat de Hogeschool zorgvuldig heeft gehandeld bij het weigeren van toelating en dat het beroep op de hardheidsclausule en redelijkheid en billijkheid niet slaagt. De kosten van het principale beroep werden aan de student opgelegd, en de kosten van het incidentele beroep aan de Hogeschool. Het bestreden vonnis werd bekrachtigd.
Uitkomst: De vordering van de student tot toelating om de propedeuse af te ronden werd afgewezen en het bestreden vonnis bekrachtigd.