ECLI:NL:GHSGR:2010:BM3472
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- M.A.F. Tan-de Sonnaville
- M.L. Vierhout
- R.F. Groos
- Rechtspraak.nl
Gerechtshof bevestigt afwijzing verrekening tussen Bouwbedrijf Het Anker en Brabant-vennootschappen
Bouwbedrijf Het Anker, voorheen handelend onder een andere naam, voerde in hoger beroep aan dat zij een grotere tegenvordering had op de Brabant-vennootschappen dan de vordering die deze vennootschappen op haar hadden. Zij stelde dat er een algemene verrekenafspraak bestond tussen haar en de vennootschappen die de failliete JMS-groep opvolgden, waaronder de Brabant-vennootschappen.
De Brabant-vennootschappen betwistten dit en stelden dat zij slechts enkele projecten van de failliete JMS-vennootschappen hadden afgemaakt en geen aansprakelijkheid droegen voor de schulden van die vennootschappen. Het hof oordeelde dat de Brabant-vennootschappen nieuwe juridische entiteiten zijn met een andere leiding en dat onvoldoende feiten waren gesteld om aan te nemen dat zij zich gebonden hadden aan de verrekenafspraak.
Ook het subsidiaire beroep op gerechtvaardigd vertrouwen faalde, omdat er geen objectieve aanwijzingen waren dat de Brabant-vennootschappen de schulden van de JMS-vennootschappen hadden overgenomen. Het hof bekrachtigde daarom het vonnis van de rechtbank dat de vorderingen van de Brabant-vennootschappen met rente en kosten werden toegewezen en de tegenvordering van Bouwbedrijf Het Anker werd afgewezen.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis en wijst de tegenvordering van Bouwbedrijf Het Anker af.