ECLI:NL:GHSGR:2010:BL6282
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- J.J.J. Engel
- Th. Groeneveld
- O.C.R. Marres
- Rechtspraak.nl
Bevestiging uitspraak rechtbank over aftrek gratificaties uit koopsom aandelen
Belanghebbende, een besloten vennootschap, voerde in hoger beroep aan dat zij een bedrag van ƒ 500.000 aan gratificaties aan werknemers van de [A-groep] ten laste van haar winst over 2000 mocht brengen. Dit bedrag was gereserveerd uit de koopsom van de aandelen in [A], die zij had verkocht aan [C].
De rechtbank had geoordeeld dat de bruto-opbrengst van de aandelenverkoop ƒ 8.000.000 bedroeg en dat de gratificaties niet als kosten konden worden afgetrokken. Het hof stelt vast dat de koopprijs op grond van de verkoopovereenkomst ƒ 8.500.000 bedroeg, verminderd met het bedrag gereserveerd voor het personeel. Het hof oordeelt dat de gratificaties een besteding van een deel van de koopsom vormen en dat belanghebbende de vrije beschikking had over dit bedrag.
Het hof acht aannemelijk dat de beslissing om gratificaties te betalen voorafgaand aan de verkoop is genomen en dat deze betalingen beloningen zijn voor geleverde prestaties, waardoor sprake is van salariskosten die door belanghebbende zijn gedragen. Dit betekent een informele kapitaalstorting in de dochtermaatschappij. De rechtbank heeft daarom terecht geoordeeld dat het bedrag niet ten laste van de winst kan worden gebracht.
Het hof wijst ook het verzoek om proceskostenvergoeding af en bevestigt de uitspraak van de rechtbank. De uitspraak is op 24 februari 2010 in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: Het Gerechtshof bevestigt dat het bedrag van ƒ 500.000 aan gratificaties niet ten laste van de winst mag worden gebracht.