ECLI:NL:GHSGR:2010:BL2341
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Van Dijk
- Bouritius
- Hulsebosch
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over kinderalimentatie en kosten DNA-onderzoek bij vaststelling vaderschap
In deze zaak staat de vaststelling van de kinderalimentatie en de verdeling van de kosten van een DNA-onderzoek centraal na gerechtelijke vaststelling van het vaderschap. De moeder erkent dat de vader de biologische vader is, maar de vader betwistte dit aanvankelijk en stelt dat de moeder wisselende uitspraken deed over zijn vaderschap, waardoor hij twijfels had en het DNA-onderzoek noodzakelijk was.
Het hof oordeelt dat de kosten van het DNA-onderzoek eerlijk verdeeld moeten worden, omdat de moeder voorafgaand aan de procedure geen consistente houding aannam over het vaderschap, wat de twijfels van de vader verklaart. De vader en moeder worden ieder voor de helft in de kosten verwezen.
Wat betreft de kinderalimentatie stelt het hof vast dat de vader vanaf 13 september 2007 alimentatie moet betalen, ondanks zijn eerdere twijfel, omdat hij ter zitting verklaarde altijd gevoelsmatig te hebben geweten dat hij de vader was. De draagkracht van beide ouders wordt berekend op basis van hun netto-inkomens en lasten. De vader heeft vanaf 1 augustus 2008 geen draagkracht meer om bij te dragen, waardoor de alimentatie vanaf die datum op nihil wordt gesteld.
Het hof vernietigt de bestreden beschikking voor zover het de alimentatie en kostenverdeling betreft, stelt de alimentatie vast op €81 per maand per kind tot 1 augustus 2008 en nihil daarna, en bepaalt dat de kosten van het deskundigenbericht gelijk worden verdeeld. De rest van de beschikking blijft in stand en het hoger beroep wordt verder afgewezen.
Uitkomst: Het hof bepaalt dat de vader en moeder ieder de helft van de DNA-onderzoeks kosten dragen en stelt de kinderalimentatie vast op €81 per maand per kind tot 1 augustus 2008, daarna nihil.