ECLI:NL:GHSGR:2010:BL1881
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling bijtelling privégebruik auto op basis van rittenregistratie in inkomstenbelasting 2004
Belanghebbende, werkzaam als teamcoördinator bij een autoverhuurbedrijf, kreeg in 2004 verschillende auto's ter beschikking gesteld. Hij voerde aan dat hij deze auto's uitsluitend voor woon-werkverkeer gebruikte en overlegde een rittenregistratie ter onderbouwing. De Inspecteur stelde echter dat de rittenregistratie onvolledig was, met name omdat pendelritten niet volledig waren gespecificeerd.
De rechtbank oordeelde dat belanghebbende voldoende aannemelijk had gemaakt dat hij minder dan 500 kilometer privé had gereden, en verklaarde het beroep gegrond. Het Gerechtshof heeft dit oordeel heroverwogen en vastgesteld dat de rittenregistratie niet voldoet aan de wettelijke eisen, omdat pendelritten niet controleerbaar zijn op privégebruik.
Het Hof concludeerde dat belanghebbende niet overtuigend heeft aangetoond dat het privégebruik van de auto's beperkt bleef tot 500 kilometer per jaar. Daarom bevestigt het Hof de aanslag met de bijtelling van 22% van de cataloguswaarde. De uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd. Er worden geen proceskosten aan partijen opgelegd.
Uitkomst: Het Gerechtshof bevestigt de aanslag met bijtelling van 22% wegens onvoldoende bewijs van beperkt privégebruik van de ter beschikking gestelde auto's.