ECLI:NL:GHSGR:2009:BL4852
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- J.T. Sanders
- B. van Walderveen
- E.M. Vrouwenvelder
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering verhuisboedelvrijstelling BPM wegens verblijfplaats in Nederland
Belanghebbende werkte van juni 2001 tot december 2005 bij de NAVO in Brussel en beschikte over een woning die door de Nederlandse ambassade werd gehuurd. Hij kocht twee voertuigen met vrijstelling, geregistreerd op Belgisch kenteken. Zijn gezin bleef gedurende deze periode in Nederland wonen, waar hij ook zijn eigen woning had.
Belanghebbende vroeg vrijstelling van BPM bij invoer van de voertuigen naar Nederland, stellende dat zijn normale verblijfplaats in België was en dat hij als diplomaat dezelfde rechten moest krijgen. De Inspecteur wees dit af en de rechtbank verklaarde het beroep ongegrond. Het hof bevestigde dit oordeel, overwegende dat de persoonlijke banden van belanghebbende met Nederland het zwaarst wegen omdat hij regelmatig terugkeerde en zijn gezin in Nederland bleef.
Het hof oordeelde dat de wet geen discriminatie bevat en dat het vertrouwensbeginsel niet slaagt omdat het voorlichtingsmateriaal van het Ministerie van Buitenlandse Zaken niet bindend is. De vrijstelling is niet van toepassing omdat belanghebbende niet voldeed aan de voorwaarde van het overbrengen van de normale verblijfplaats naar Nederland.
Uitkomst: Het gerechtshof bevestigt dat belanghebbende zijn normale verblijfplaats in Nederland had en weigert de BPM-vrijstelling voor de voertuigen.