ECLI:NL:GHSGR:2009:BK3057
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- T.L. Tan
- V. Disselkoen
- J.J. Trap
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen ontbindingsbeschikking arbeidsovereenkomst voormalig ondernemingsraadslid
De zaak betreft het hoger beroep van een voormalig ondernemingsraadslid tegen de ontbindingsbeschikking van haar arbeidsovereenkomst door de kantonrechter. Transavia had verzocht om ontbinding wegens gewichtige redenen, welke de kantonrechter had toegewezen met een vergoeding van €40.000 bruto.
Het hoger beroep werd ingesteld ondanks het appelverbod in artikel 7:685 lid 11 BW Pro, dat in uitzonderlijke gevallen kan worden doorbroken, bijvoorbeeld bij schending van fundamentele rechtsbeginselen. De verzoekster stelde dat het appelverbod onterecht was toegepast omdat haar rechten als voormalig ondernemingsraadslid onvoldoende waren beschermd en dat de procedure niet eerlijk was verlopen.
Het hof oordeelde dat geen sprake was van schending van fundamentele rechtsbeginselen of andere doorbrekingsgronden. De procedure was een summiere verzoekschriftprocedure waarbij de kantonrechter discretionair oordeelde en niet gebonden was aan de gewone bewijsregels. De kantonrechter had voldoende onderzocht of het ontbindingsverzoek verband hield met het lidmaatschap van de ondernemingsraad en had dit ontkennend beoordeeld.
Het hoger beroep werd daarom verworpen en de verzoekster werd veroordeeld in de kosten van het hoger beroep. Het hof benadrukte dat artikel 6 EVRM Pro geen recht op hoger beroep garandeert en dat het aan de wetgever is om het appelverbod te regelen.
Uitkomst: Het hoger beroep tegen de ontbindingsbeschikking werd verworpen en de verzoekster werd veroordeeld in de kosten.