ECLI:NL:GHSGR:2009:BJ6358
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- U.E. Tromp
- J.T. Sanders
- B. van Walderveen
- Rechtspraak.nl
Beoordeling gebruikelijkheid borgstelling en regresvordering in belastingzaak
Belanghebbende stelde zich borg voor een kredietfaciliteit van zijn schoonzoon’s BV bij een bank. Na faillissement van de BV betaalde een BV waarvan belanghebbende enig aandeelhouder is de borgsom en ontstond een regresvordering op de failliete BV. Belanghebbende gaf dit als negatief resultaat uit overige werkzaamheden aan in zijn belastingaangifte, wat door de Inspecteur werd afgewezen.
De rechtbank oordeelde dat de borgstelling en kredietverstrekking niet ongebruikelijk waren, mede gelet op de familieband, en dat de regresvordering fiscaal pas ontstond bij betaling in 2003. Het Hof bevestigde dit oordeel en benadrukte dat het niet-bedingen van een vergoeding bij borgstelling in deze familiale context onzakelijk maar niet ongebruikelijk is.
Het Hof verwierp het beroep van belanghebbende en verklaarde het hoger beroep ongegrond, waarbij het niet aannemelijk was gemaakt dat sprake was van een maatschappelijk ongebruikelijke terbeschikkingstelling. De aanslag werd gehandhaafd en proceskosten werden niet toegewezen.
Uitkomst: Het hoger beroep van belanghebbende wordt ongegrond verklaard en de aanslag gehandhaafd.