ECLI:NL:GHSGR:2009:BJ5465
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- J.M. van der Klooster
- J.E.H.M. Pinckaers
- E.M.H. Pieters
- Rechtspraak.nl
Bekrachtiging vonnis tot dwangakkoord en medewerking CJIB aan schuldregeling ondanks ontbreken NVVK-lidmaatschap
De zaak betreft een hoger beroep van het Centraal Justitieel Incassobureau (CJIB) tegen een vonnis van de rechtbank Rotterdam waarin het CJIB werd bevolen mee te werken aan een door schuldenares aangeboden schuldregeling ex artikel 287a Faillissementswet. Schuldenares, een alleenstaande moeder met problematische schulden, had een minnelijke regeling aangeboden waarbij het CJIB slechts een klein deel van haar vordering zou ontvangen, maar het CJIB weigerde medewerking omdat de schuldhulpverlener geen lid was van de Nederlandse Vereniging voor Volkskrediet (NVVK).
Het hof overweegt dat de wettelijke maatstaf van artikel 287a lid 5 Fw vereist dat de schuldeiser in redelijkheid niet tot weigering van instemming mag zijn gekomen, waarbij wordt afgewogen of het belang van de schuldeiser bij weigering opweegt tegen de belangen van de schuldenaar en overige schuldeisers. Het lidmaatschap van de NVVK is geen vereiste voor medewerking en het CJIB kan niet op die grond zonder meer weigeren.
Gezien het geringe belang van het CJIB (vordering van €151,63, minder dan 1% van de totale schuld), het feit dat het CJIB bij de regeling zicht houdt op volledige betaling van deze vordering, en het grote nadeel voor schuldenares en andere schuldeisers bij weigering, oordeelt het hof dat het CJIB niet in redelijkheid tot weigering kon komen. Het hof bekrachtigt daarom het vonnis van de rechtbank en wijst het hoger beroep van het CJIB af.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis dat het CJIB moet meewerken aan de aangeboden schuldregeling ondanks het ontbreken van NVVK-lidmaatschap.