ECLI:NL:GHSGR:2009:BJ4226
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep kort geding
- C.G. Beyer-Lazonder
- M.J. van der Ven
- W.E.M. Leclercq
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over het bestaan van een arbeidsovereenkomst versus ambtelijke aanstelling
In deze zaak staat centraal of de relatie tussen [appellant] en de openbare rechtspersoon Aruba gekwalificeerd moet worden als een arbeidsovereenkomst naar burgerlijk recht of als een ambtelijke aanstelling. [Appellant] was sinds 1992 werkzaam bij het Kabinet van de Gevolmachtigde Minister van Aruba te 's-Gravenhage en kreeg op 1 augustus 2008 eervol ontslag wegens het bereiken van de 60-jarige leeftijd. Hij betwistte de rechtsgeldigheid van het ontslag en vorderde onder meer doorbetaling van loon.
De kantonrechter verklaarde [appellant] niet-ontvankelijk in zijn vorderingen omdat hij niet tijdig bezwaar had gemaakt volgens de Landsverordening ambtenarenrechtspraak (LAR). In hoger beroep stelde het hof vast dat het geschil interregionaal van aard is en dat de Nederlandse rechter rechtsmacht heeft. Het toepasselijke recht is Nederlands recht, omdat de werkzaamheden in Nederland werden verricht.
Het hof ging uit van de formele rechtskracht van het landsbesluit dat het ontslag verleende en oordeelde dat de rechtsverhouding moet worden gezien als een ambtelijke aanstelling. De burgerlijke rechter mag niet toetsen aan bestuursrechtelijke normen, wat de formele rechtskracht beschermt. Daarom zijn de vorderingen van [appellant] afgewezen, maar hij is niet niet-ontvankelijk verklaard. Het vonnis van de kantonrechter is voor zover nodig vernietigd.
Uitkomst: De vorderingen van appellant worden afgewezen omdat de rechtsverhouding een ambtelijke aanstelling betreft en geen arbeidsovereenkomst.