ECLI:NL:GHSGR:2009:BJ4222
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- M.H. van Coeverden
- J. Kramer
- P.S. Kamminga
- Rechtspraak.nl
Gerechtshof bevestigt redelijkheid weigering verklaring van geen bezwaar door DNB
De zaak betreft een geschil tussen De Nederlandsche Bank (DNB) en een geïntimeerde die was benoemd tot statutair directeur van een bank onder de ontbindende voorwaarde dat DNB een verklaring van geen bezwaar zou afgeven. DNB weigerde deze verklaring vanwege onvoldoende aansluiting van de kennis en ervaring van de geïntimeerde bij de vereisten voor de statutaire directie van de bank.
De geïntimeerde stelde dat deze weigering onrechtmatig was en vorderde schadevergoeding wegens inkomens- en pensioenschade. De rechtbank kende hem een deel van de gevorderde schade toe, maar het hof vernietigt deze vonnissen na verwijzing door de Hoge Raad. Het hof oordeelt dat DNB in redelijkheid tot haar oordeel kon komen en dat de weigering geen onrechtmatig handelen oplevert.
Daarnaast oordeelt het hof dat de formele rechtskracht van het besluit niet tegen de geïntimeerde kan worden ingeroepen vanwege gewijzigde jurisprudentie en bijzondere omstandigheden. De vorderingen van de geïntimeerde worden afgewezen en hij wordt veroordeeld tot terugbetaling van reeds ontvangen bedragen. De proceskosten worden gecompenseerd.
Uitkomst: De vorderingen van de geïntimeerde worden afgewezen en hij wordt veroordeeld tot terugbetaling van reeds ontvangen bedragen met rente.