ECLI:NL:GHSGR:2009:BJ2925
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep kort geding
- A. Dupain
- J. Kramer
- M. Chao-Duivis
- Rechtspraak.nl
Bekrachtiging vonnis inzake beëindiging toescheidingsovereenkomst Nederland-Suriname
Deze zaak betreft een hoger beroep in een kort geding over de toescheidingsovereenkomst (TO) tussen Nederland en Suriname uit 1975. Appellant, een Nederlander van Surinaamse afkomst, vordert dat de Staat Nederland wordt veroordeeld tot naleving van de TO en zich onthoudt van maatregelen die de TO zouden beëindigen, opschorten of beperken. Hij stelt dat hem en zijn gezin rechten toekomen zoals visumvrij reizen en stemrecht in Suriname.
De voorzieningenrechter wees de vorderingen af wegens gebrek aan spoedeisend belang en omdat de beoordeling van politieke besluitvorming omtrent de TO niet aan de rechter toekomt. Appellant richt zich vervolgens tot het hof met negen grieven, waaronder dat de Staat een toezichthoudende taak heeft op naleving van de TO en dat overleg over beëindiging onrechtmatig is.
Het hof oordeelt dat de rechten uit de TO door de Surinaamse rechter moeten worden beoordeeld en dat de Staat geen toezichthoudende taak heeft ten aanzien van Suriname. Ook is niet aannemelijk dat de Staat op korte termijn de TO zal beëindigen of beperken, waardoor spoedeisend belang ontbreekt. Het hof benadrukt dat wijziging of beëindiging van de TO alleen via een nieuw verdrag kan plaatsvinden en dat democratische besluitvorming in het parlement plaatsvindt, waarbij vertegenwoordigers van Nederlanders van Surinaamse afkomst betrokken zijn.
Het hof wijst de vorderingen van appellant af en bekrachtigt het vonnis van 2 februari 2006. Appellant wordt veroordeeld in de proceskosten van de Staat.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis en wijst de vorderingen van appellant af wegens gebrek aan spoedeisend belang en geen onrechtmatig handelen van de Staat.