ECLI:NL:GHSGR:2009:BJ1712
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- M.H. van Coeverden
- J.W. van Rijkom
- V. Disselkoen
- Rechtspraak.nl
Beoordeling kennelijk onredelijk ontslag wegens langdurige arbeidsongeschiktheid
De werknemer was sinds 1 september 1963 in dienst bij ABB en sinds 19 maart 2001 arbeidsongeschikt. ABB beëindigde het dienstverband na toestemming van het CWI wegens langdurige arbeidsongeschiktheid, die niet aan de werkgever te wijten was. De werknemer vorderde een vergoeding wegens kennelijk onredelijk ontslag en nakoming van het Sociaal Plan.
De kantonrechter wees de vorderingen af en het hof bevestigde dit oordeel. Het hof overwoog dat de gevolgen van de arbeidsongeschiktheid geheel voor rekening van de werknemer komen en dat de kantonrechtersformule in dit geval een vergoeding van nihil oplevert. ABB had de werknemer bovendien langer in dienst gehouden dan wettelijk vereist en hem een jubileumgratificatie en een aanvulling op de WAO-uitkering betaald.
Het hof oordeelde dat het Sociaal Plan niet van toepassing is omdat het alleen voorziet in vergoeding bij ontslag wegens functieverlies binnen ABB, wat hier niet aan de orde was. Ook maakte het Sociaal Plan geen ongeoorloofd onderscheid. De vorderingen van de werknemer werden daarom afgewezen en het vonnis van de kantonrechter bekrachtigd.
Uitkomst: Het hof wijst de vorderingen van de werknemer af en bekrachtigt het vonnis van de kantonrechter.