ECLI:NL:GHSGR:2009:BJ1271

Gerechtshof 's-Gravenhage

Datum uitspraak
4 juni 2009
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
BK-08/00142
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Artikel 1 Verordening rioolrecht 2007Artikel 2 Verordening rioolrecht 2007Artikel 3 Verordening rioolrecht 2007Artikel 4 Verordening rioolrecht 2007Artikel 5 Verordening rioolrecht 2007
Verwijzingen
2 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging heffing rioolrechten voor zelfstandige woonruimten ondanks verhuurverbod

Belanghebbende werd geconfronteerd met achttien aanslagen rioolrecht voor het jaar 2007 wegens het genot van eigendommen die aangesloten zijn op de gemeentelijke riolering. Vier van deze aanslagen betroffen woonruimten die volgens de gemeente per 1 januari 2007 niet verhuurd mochten worden. Belanghebbende voerde aan dat deze woonruimten niet als zelfstandig eigendom in de zin van de Verordening rioolrechten konden worden aangemerkt en dat de heffing van rioolrechten een schending van fundamentele rechtsbeginselen vormde, omdat deze rechten van de feitelijke gebruikers (huurders) geheven zouden moeten worden.

De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en het Gerechtshof 's-Gravenhage bevestigde deze uitspraak in hoger beroep. Het hof oordeelde dat elk zelfstandig gedeelte van een eigendom dat bestemd is als afzonderlijk geheel te worden gebruikt, als een afzonderlijk eigendom wordt beschouwd voor de heffing van rioolrechten, ongeacht het verhuurverbod. De klachten van belanghebbende werden verworpen en het hoger beroep werd afgewezen.

De uitspraak werd op 4 juni 2009 in het openbaar uitgesproken door het hof, waarbij geen proceskosten werden toegewezen. Belanghebbende kan nog cassatieberoep instellen bij de Hoge Raad der Nederlanden.

Uitkomst: Het Gerechtshof bevestigt dat rioolrechten terecht geheven zijn voor zelfstandige woonruimten, ook bij verhuurverbod.

Uitspraak

GERECHTSHOF ’s-GRAVENHAGE
Sector belasting
Nummer BK-08/00142
Uitspraak van de tweede meervoudige belastingkamer d.d. 4 juni 2009
op het hoger beroep van X te Z tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 7 maart 2008, nr. 07/2516, betreffende na te noemen aanslagen.
Aanslagen, bezwaar en geding voor de rechtbank
1.1 [De heffingsambtenaar van de gemeente Z] (hierna: de Inspecteur) heeft voor het jaar 2007, wegens het genot van achttien eigendommen die direct of indirect zijn aangesloten op de gemeentelijke riolering, aan belanghebbende achttien aanslagen in het rioolrecht van die gemeente opgelegd. De aanslagen belopen elk een bedrag van € 145,97.
1.2 Bij achttien in één geschrift vervatte uitspraken op bezwaar heeft de Inspecteur de bezwaren van belanghebbende tegen de aanslagen afgewezen en de aanslagen gehandhaafd.
1.3 Belanghebbende heeft tegen deze uitspraken op bezwaar beroep bij de rechtbank ingesteld. In verband daarmee is een griffierecht geheven van € 39. De rechtbank heeft het beroep ongegrond verklaard.
Loop van het geding
2.1 Belanghebbende is van de uitspraak van de rechtbank in hoger beroep gekomen bij het Hof. In verband daarmee is door de griffier een griffierecht geheven van € 107. De Inspecteur heeft een verweerschrift ingediend.
2.2 Belanghebbende heeft vervolgens een conclusie van repliek ingediend, waarop de Inspecteur heeft gereageerd met een conclusie van dupliek.
2.3 Belanghebbende heeft met een brief van 27 maart 2009 nadere stukken ingediend. Deze zijn in afschrift aan de Inspecteur gezonden. De Inspecteur heeft hierop gereageerd met zijn brief van 14 april 2009 (met een bijlage), die in afschrift aan belanghebbende is gezonden.
2.4 De mondelinge behandeling van de zaak heeft plaatsgehad ter zitting van het Gerechtshof van 24 april 2009, gehouden te Den Haag. Aldaar is belanghebbende verschenen, alsmede P namens de Inspecteur.
3. Verordening
3.1 De raad van de gemeente Z heeft in zijn openbare vergadering van 9 november 2006 vastgesteld de Verordening op de heffing en invordering van rioolrecht 2007 (hierna: de Verordening).
3.2 De tekst van de Verordening luidt – voor zover thans van belang –:
"Artikel 1 Begripsomschrijvingen Pro
In deze verordening en de daarop berustende bepalingen wordt onder:
a. gemeentelijke riolering mede het voor de openbare dienst bestemde gemeentewater begrepen;
b. eigendom verstaan een roerende of onroerende zaak.
Artikel 2 Belastbaar Pro feit en belastingplicht
1. Onder de naam 'rioolrecht' wordt een recht geheven van degene die bij het begin van het belastingjaar krachtens eigendom, bezit of beperkt recht het genot heeft van een eigendom dat direct of indirect is aangesloten op de gemeentelijke riolering.
2. Ingeval het eigendom een onroerende zaak is, wordt als genothebbende krachtens eigendom, bezit of beperkt recht aangemerkt degene die bij het begin van het belastingjaar als zodanig in de kadastrale registratie is vermeld, tenzij blijkt dat op dat tijdstip een ander de genothebbende krachtens eigendom, bezit of beperkt recht van die onroerende zaak was.
Artikel 3 Zelfstandige Pro gedeelten
Indien gedeelten van een in artikel 2 bedoeld Pro eigendom blijkens hun indeling bestemd zijn om als afzonderlijk geheel te worden gebruikt, wordt het recht geheven ter zake van elk als zodanig bestemd gedeelte, met dien verstande dat, indien twee of meer van die gedeelten tezamen als een geheel worden gebruikt, deze als één eigendom worden aangemerkt.
Artikel 4 Maatstaf Pro van heffing
Het recht wordt geheven per eigendom of zelfstandig gedeelte.
Artikel 5 Tarief Pro
Het recht bedraagt € 145,97 per eigendom of zelfstandig gedeelte per belastingjaar.
Artikel 6 Belastingjaar Pro
Het belastingjaar is gelijk aan het kalenderjaar."
4. Vaststaande feiten
Op grond van de stukken van het geding en het ter zitting verhandelde is, als tussen partijen niet in geschil, dan wel door een van hen gesteld en door de wederpartij niet of onvoldoende weersproken, in hoger beroep het volgende komen vast te staan:
4.1 Belanghebbende heeft het genot krachtens de eigendom, bezit of beperkt recht van de onroerende zaken, plaatselijk bekend als:
a-straat [vijf nummers];
b-straat [acht nummers];
c-straat [vijf nummers].
4.2 In bouwkundig opzicht en qua indeling betreft het in alle gevallen een zelfstandig gedeelte van een eigendom, dat wordt verhuurd of bestemd is te worden verhuurd.
4.3 In vier gevallen was het belanghebbende per 1 januari 2007, ingevolge de huurwetgeving, door de gemeente Z verboden het desbetreffende gedeelte van het eigendom te verhuren. Nadien heeft de gemeente Z voor de verhuur van die gedeelten als zelfstandige woonruimte vergunning verleend.
5. Geschil en standpunten van partijen
5.1 Belanghebbende stelt zich – kort weergegeven – op de volgende standpunten:
- Vier van de aanslagen hebben betrekking op woonruimten die volgens de gemeente per 1 januari 2007 niet verhuurd mochten worden. Dergelijke woonruimten kunnen niet als zelfstandig eigendom in de zin van de Verordening worden aangemerkt;
- De heffing van rioolrechten van eigenaren is een schending van fundamentele rechtsbeginselen, omdat die rechten van de huurders als feitelijke gebruikers zouden moeten worden geheven.
5.2 De Inspecteur heeft de standpunten van belanghebbende gemotiveerd bestreden.
5.3 Voor de standpunten van partijen en de gronden waarop zij deze doen steunen, verwijst het Hof naar de gedingstukken.
6. Beoordeling van het hoger beroep
6.1 Uit de feiten volgt dat in alle gevallen sprake is van een gedeelte van een in artikel 2 van Pro de Verordening bedoeld eigendom dat blijkens zijn indeling bestemd is als afzonderlijk geheel te worden gebruikt. Op grond van artikel 3 van Pro de Verordening wordt elk zodanig gedeelte beschouwd als een afzonderlijk eigendom, waarvoor riool(aansluit)recht verschuldigd wordt.
6.2 Naar het oordeel van het Hof heeft de rechtbank verder op goede gronden een juiste beslissing genomen. Mitsdien slaagt het hoger beroep niet.
7. Proceskosten
Het Hof heeft geen reden een partij te veroordelen in de proceskosten.
Beslissing
Het Gerechtshof bevestigt de uitspraak van de rechtbank.
Deze uitspraak is vastgesteld door mrs. U.E. Tromp, J.T. Sanders en B. van Walderveen, in tegenwoordigheid van de griffier mr. R.W. Otto. De beslissing is op 4 juni 2009 in het openbaar uitgesproken.
Deze uitspraak is ondertekend door mr. Sanders omdat de voorzitter daartoe niet in de gelegenheid was.
aangetekend aan
partijen verzonden:
Zowel de belanghebbende als het daartoe bevoegde bestuursorgaan kan binnen zes weken na de verzenddatum van deze uitspraak beroep in cassatie instellen bij de Hoge Raad der Nederlanden. Daarbij moet het volgende in acht worden genomen:
1. Bij het beroepschrift wordt een kopie van deze uitspraak gevoegd.
2. Het beroepschrift wordt ondertekend en bevat ten minste:
- de naam en het adres van de indiener;
- de dagtekening;
- de vermelding van de uitspraak waartegen het beroep in cassatie is
gericht;
- de gronden van het beroep in cassatie.
Het beroepschrift moet worden gezonden aan de Hoge Raad der Nederlanden (belastingkamer), Postbus 20303, 2500 EH Den Haag.
De partij die beroep in cassatie instelt is griffierecht verschuldigd en zal daarover bericht ontvangen van de griffier van de Hoge Raad. In het cassatieberoepschrift kan worden verzocht de wederpartij te veroordelen in de proceskosten.