ECLI:NL:GHSGR:2009:BH6983
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Th.W.H.E. Schmitz
- M.C.M. van Dijk
- A.G. Beets
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over tussentijdse opzegging huurovereenkomst bedrijfsruimte en opvolgend huurder
In deze zaak staat centraal of de huurder de huurovereenkomst van een bedrijfsruimte tussentijds mocht opzeggen op grond van een mondelinge afspraak dat hij een opvolgend huurder zou vinden die het lopende contract zou overnemen. De schriftelijke huurovereenkomst voorzag niet in tussentijdse opzegging, maar de huurder stelt dat voorafgaand aan het contract een dergelijke afspraak met de makelaar van de verhuurder is gemaakt.
De huurder heeft de overeenkomst opgezegd per 31 maart 2006 en heeft in april/mei 2005 een opvolgend huurder gevonden die bereid was het contract over te nemen. De verhuurder betwist dat er gesprekken zijn gevoerd met deze opvolgend huurder en dat hij gehouden was deze te accepteren. Het hof oordeelt dat het niet aannemelijk is dat de verhuurder de opvolgend huurder heeft beoordeeld, waardoor het risico hiervoor bij de verhuurder ligt.
Daarnaast is er een geschil over een vordering van de verhuurder tot betaling van achterstallige huur en gebruikslasten, en een reconventionele vordering van de huurder tot vergoeding van € 1.500 voor achtergelaten goederen. Het hof wijst de vordering van de huurder af wegens gebrek aan overeenkomst en onvoldoende bewijs van onrechtmatige verrijking.
Het hof gelast nader bewijs over de mondelinge afspraak en een comparitie van partijen om nadere inlichtingen te verkrijgen en een mogelijke schikking te beproeven. De zaak wordt aangehouden voor verdere behandeling.
Uitkomst: Het hof gelast nader bewijs en een comparitie van partijen en houdt de zaak aan voor verdere behandeling.