ECLI:NL:GHSGR:2008:BG5771
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering Haven Vlissingen wegens niet-nakoming Olau tot 500 afvaarten per jaar
De Haven Vlissingen vorderde schadevergoeding van Olau wegens het niet nakomen van de verplichting om 500 afvaarten per jaar te verzorgen, wat volgens de Haven leidde tot gemiste havengelden. De overeenkomst tussen partijen, gesloten in 1976 en verlengd in 1989, bevatte een clausule waarin Olau zich verplichtte tot deze afvaarten. De rechtbank Rotterdam wees de vorderingen ter zake van de havengelden af, en ook het hof bevestigt dit oordeel.
Het hof oordeelt dat de overeenkomst niet bedoeld was om de Haven te verzekeren van havengelden, aangezien deze havengelden publiekrechtelijk zijn en alleen verschuldigd zijn bij daadwerkelijk gebruik van de haven. De Haven kon geen contractuele aanspraak op havengelden ontlenen aan de overeenkomst. Bovendien voldoet de vordering niet aan het relativiteitsvereiste van artikel 6:98 BW Pro, omdat de norm niet strekt tot bescherming tegen het mislopen van havengelden.
Daarnaast is het volgens het hof strijdig met publiekrechtelijke regels en artikel 3:14 BW Pro om privaatrechtelijk schadevergoeding te vorderen voor gemiste havengelden over de periode dat de haven niet werd gebruikt. De vordering van de Haven wordt daarom afgewezen. Het hof gelast een comparitie voor andere schadeposten en stelt cassatieberoep open.
Uitkomst: De vordering van de Haven tot vergoeding van gemiste havengelden wordt afgewezen wegens het ontbreken van een contractuele verplichting en het niet voldoen aan het relativiteitsvereiste.