ECLI:NL:GHSGR:2008:BD6332
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- J.T. Sanders
- U.E. Tromp
- B. van Walderveen
- Rechtspraak.nl
Vernietiging naheffingsaanslag motorrijtuigenbelasting wegens onjuiste toepasselijkheid artikel 76 Wet MRB
Belanghebbende, houder van een personenauto die voor taxivervoer werd gebruikt, kreeg een naheffingsaanslag en boete opgelegd door de Inspecteur wegens onterecht verleende vrijstelling motorrijtuigenbelasting.
De Inspecteur baseerde de aanslag op een controlerapport van 9 mei 2003 en stelde dat de auto niet geheel of nagenoeg geheel voor taxivervoer was gebruikt. De naheffingsaanslag werd opgelegd over de periode van 8 november 1999 tot en met 10 oktober 2000, later ambtshalve verminderd.
Het Hof oordeelde dat artikel 76 Wet Pro MRB een afwijkende regeling is die naheffing beperkt tot vier aaneengesloten kwartaalperioden eindigend met het kwartaal waarin de constatering plaatsvond. Omdat de constatering pas op 9 mei 2003 bekend was, kon de naheffing niet eerder dan 10 mei 2002 aanvang nemen. De aanslag over de eerdere periode is daarom onrechtmatig en wordt vernietigd, evenals de boete.
Het Hof veroordeelde de Inspecteur in de proceskosten en bepaalde dat de reeds betaalde griffierechten aan belanghebbende worden vergoed. De uitspraak van de rechtbank en de uitspraken op bezwaar werden vernietigd.
Uitkomst: De naheffingsaanslag en boetebeschikking motorrijtuigenbelasting zijn vernietigd omdat zij niet binnen de wettelijke termijn van artikel 76 Wet MRB zijn opgelegd.