ECLI:NL:GHSGR:2008:BD5882
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- J.W. van Rijkom
- S.R. Mellema
- N.M. van der Horst
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over indeplaatsstelling huurovereenkomst bedrijfsruimte na faillissement
Cabout B.V. sloot een huurovereenkomst voor bedrijfsruimte met [Huurder] c.s. op 18 december 2002. Na faillissement van Cabout trachtte de curator de onderneming te verkopen aan geïnteresseerden, waaronder World of Delights B.V. (WOD). De curator wilde WOD in de plaats stellen van Cabout als huurder via indeplaatsstelling volgens art. 7:307 BW Pro.
De rechtbank wees de vordering van de curator toe, maar [Huurder] c.s. ging in hoger beroep en stelde dat de curator zijn recht op indeplaatsstelling had verwerkt door de vrije onderhandelingen met gegadigden toe te laten. Het hof oordeelde dat de curator niet van dat recht was afgezien en dat de huurovereenkomst nog steeds aan Cabout toebehoorde.
Het hof stelde echter dat voor indeplaatsstelling een zwaarwichtig belang van de gefailleerde huurder vereist is, dat in dit geval ontbrak. Het belang van de curator om een hogere opbrengst voor de boedel te verkrijgen is niet gelijk aan een dergelijk zwaarwichtig belang. Ook de betaling van huur door WOD aan [Huurder] c.s. veranderde hier niets aan.
Daarom vernietigde het hof het vonnis van de rechtbank en wees de vordering tot indeplaatsstelling af. De opzegging van de huurovereenkomst door [Huurder] c.s. werd niet onredelijk of misbruik van recht bevonden. De curator werd veroordeeld in de kosten van beide instanties.
Uitkomst: Het hof wijst het verzoek tot indeplaatsstelling af wegens ontbreken van een zwaarwichtig belang van de gefailleerde huurder.