ECLI:NL:GHSGR:2008:BD1212
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- van Leuven
- van Nievelt
- Punselie
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid vader en zus in hoger beroep tegen onderbewindstelling
In deze zaak is het hoger beroep van de vader en de zus van de betrokkene tegen de beschikking van de kantonrechter betreffende de onderbewindstelling van de goederen van de betrokkene aan de Stichting CAV behandeld.
De vader en de zus verzochten het hof om de Stichting CAV als bewindvoerder te ontslaan en henzelf als bewindvoerders aan te stellen. De Stichting CAV betwistte dit en verzocht om niet-ontvankelijkheid van het beroep van de vader en de zus, althans om afwijzing van hun verzoek.
Het hof oordeelde dat op grond van artikel 1:448 lid 2 BW Pro alleen bepaalde personen, zoals medebewindvoerders, rechthebbenden of het Openbaar Ministerie, bevoegd zijn om een verzoek tot ontslag van een bewindvoerder in te dienen. De vader en de zus behoren niet tot deze kring en kunnen daarom niet-ontvankelijk worden verklaard in hun beroep.
Er waren geen gewichtige redenen om ambtshalve toetsing toe te passen. Het incidentele appel van de Stichting CAV werd niet inhoudelijk behandeld wegens gebrek aan belang. De proceskosten werden gecompenseerd, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt.
Het hof wees het hoger beroep van de vader en de zus af en bevestigde de onderbewindstelling door de Stichting CAV.
Uitkomst: Vader en zus zijn niet-ontvankelijk verklaard in hun hoger beroep tegen de onderbewindstelling.