ECLI:NL:PHR:2011:BQ4828
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beoordeling ontvankelijkheid verzoek tot ontslag bewindvoerder en mentor
In deze zaak heeft de broer van de rechthebbende namens enkele familieleden bij de kantonrechter verzocht om het mentorschap en bewindvoerderschap van de bewindvoerder/mentor te beëindigen. De kantonrechter wees dit verzoek op inhoudelijke gronden af. Vervolgens verklaarde het hof de broer niet-ontvankelijk omdat hij niet tot de groep personen behoort die een dergelijk verzoek kunnen indienen op grond van de artikelen 1:448 en 1:461 BW.
De Hoge Raad bevestigt deze uitleg van de wet en de jurisprudentie. De wetgever heeft bewust gekozen om familieleden van de rechthebbende niet toe te laten tot de kring van verzoekers die een ontslag van bewindvoerder of mentor kunnen aanvragen. Dit om te voorkomen dat bewindvoerders onnodig worden lastiggevallen door familieleden die het niet eens zijn met het beleid.
Het cassatieberoep faalt op alle aangevoerde klachten, waaronder de motiveringsklacht en de klacht over de ontvankelijkheid in hoger beroep. Ook het betoog dat het afzien van ambtshalve ontslag in hoger beroep moet kunnen worden herbeoordeeld wordt verworpen. De Hoge Raad wijst het beroep af en bevestigt daarmee de niet-ontvankelijkverklaring van het hof.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de niet-ontvankelijkverklaring van het hof bevestigd.