ECLI:NL:GHSGR:2008:BC4178
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- L.A.J.M. van Dijk
- J.A. van Kempen
- S.J.A.M. van Gend
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak deelname aan criminele organisatie wegens onvoldoende organisatorische substantie Hofstadgroep
De verdachte werd in hoger beroep verdacht van deelname aan een criminele organisatie, de zogenaamde Hofstadgroep, met als oogmerk het plegen van terroristische misdrijven in de periode van mei 2003 tot november 2004. Het hof heeft het bewijs, waaronder afgeluisterde vertrouwelijke gesprekken (OVC-gesprekken) en andere processtukken, zorgvuldig onderzocht.
De verdediging voerde onder meer aan dat de OVC-gesprekken onrechtmatig verkregen bewijs bevatten en dat er sprake was van schending van diverse artikelen van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM). Het hof oordeelde echter dat de verdachte geen persoonlijke levenssfeer in het afgeluisterde pand had, waardoor artikel 8 EVRM Pro niet was geschonden. Ook werd geoordeeld dat het procesrechtelijke kader voldoende waarborgde dat artikel 6 EVRM Pro niet werd geschonden.
Het hof achtte de OVC-gesprekken betrouwbaar, met uitzondering van enkele gedeelten waar vertalingen onduidelijk waren. Uiteindelijk concludeerde het hof dat de Hofstadgroep onvoldoende organisatorische substantie had om te kwalificeren als een criminele organisatie in de zin van de artikelen 140 en 140a Sr. Hierdoor werd de verdachte vrijgesproken van de tenlasteleggingen.
Daarnaast werd de teruggave van alle inbeslaggenomen goederen aan de verdachte gelast, omdat het hof de verbeurdverklaring niet kon toewijzen. Verzoeken tot het horen van bepaalde getuigen werden afgewezen wegens gebrek aan noodzaak.
Dit arrest vernietigt het vonnis van de rechtbank Rotterdam en spreekt de verdachte vrij van deelname aan de criminele organisatie.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken van deelname aan een criminele organisatie wegens onvoldoende bewijs.