ECLI:NL:GHSGR:2007:BB3145
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Stille
- Labohm
- Kleykamp-van der Ben
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over verwerping nalatenschap en partneralimentatie
In deze zaak staat centraal of de man terecht de nalatenschap van zijn vader heeft verworpen en wat dit betekent voor zijn draagkracht in het kader van partneralimentatie. De man stelde dat hij de nalatenschap moest verwerpen omdat aanvaarding zou leiden tot verlies van zijn WUV-uitkering en hij de lasten van de nalatenschap financieel niet kon dragen. De vrouw betwistte deze stellingen.
Het hof concludeert dat de man niet aannemelijk heeft gemaakt dat aanvaarding van de nalatenschap zijn WUV-uitkering zou beëindigen, noch dat hij financieel niet aan de verplichtingen kon voldoen. De nalatenschap had een positief saldo van ruim €800.000, wat ruim voldoende was om de kosten te dekken. De verwerping van de nalatenschap wordt daarom als een onverplichte handeling gezien, die buiten beschouwing blijft bij de draagkrachtberekening.
De vrouw stelde dat het vermogen van de nalatenschap hoger was dan aangegeven, maar dit werd niet voldoende onderbouwd. Het hof baseert zich op de door de fiscus geaccordeerde aanslagen. De draagkracht van de man wordt berekend op basis van de helft van de nalatenschap minus het successierecht, wat resulteert in een vermogen van circa €370.868.
Op grond hiervan bepaalt het hof dat de man maandelijks €1.336 aan partneralimentatie moet betalen, ingaande 14 juni 2004, de datum waarop de vrouw bekend werd met de nalatenschap. De eerdere beschikking van de rechtbank wordt vernietigd en vervangen door deze nieuwe beslissing.
Uitkomst: De man moet vanaf 14 juni 2004 maandelijks €1.336 aan partneralimentatie betalen wegens onterecht verwerpen van de nalatenschap.