ECLI:NL:GHSGR:2007:BA7975
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Omvang zorgplicht bank bij beleggen in opties en margintekorten
In deze zaak staat centraal of de bank onzorgvuldig heeft gehandeld door een dekkingstekort (margintekort) van 15 juni 1998 tot 30 juni 1998 te laten voortduren, waardoor de appellant schade zou hebben geleden. De bank hanteerde gedurende deze periode een dekkingspercentage van 71,5%, wat niet ongebruikelijk is en geen onaanvaardbaar risico voor de appellant opleverde. De appellant was ervaren met marginverplichtingen, had een goede financiële positie en werd door de bank gewaarschuwd bij tekorten.
Het hof stelt vast dat de bank binnen redelijke grenzen handelde en de afspraak dat aan margintekorten niet te zwaar zou worden getild niet heeft overschreden. De primaire vorderingen van de appellant stranden hierop. Daarnaast is onderzocht of de bank onzorgvuldig handelde door in oktober 1998 grote optieposities te laten sluiten of daartoe te dwingen. Het hof laat de appellant toe tot bewijslevering hierover en gelast een comparitie van partijen.
Verder oordeelt het hof dat de marginverplichting bedoeld is om beleggers te beschermen tegen verliezen die zij niet kunnen dragen, maar niet tegen koersverliezen in het algemeen. Ook de stelling dat de bank een lager bevoorschottingspercentage had moeten hanteren voor grote aandelenpakketten wordt verworpen wegens onvoldoende onderbouwing. De zaak wordt aangehouden voor nadere bewijslevering over het handelen van de bank in oktober 1998.
Uitkomst: De bank heeft haar zorgplicht niet geschonden door het margintekort van 15 dagen te laten voortduren, maar bewijs wordt toegelaten over vermeende onzorgvuldigheid bij sluiting posities in oktober 1998.