ECLI:NL:GHSGR:2007:BA6751
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- C.G. Beyer-Lazonder
- M.H. van Coeverden
- T.L. Tan
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep inzake huurprijsverlaging wegens gebrek aan keukenblok in gehuurde woning
In deze zaak gaat het om een geschil tussen Stichting Woning Bedrijf Rotterdam (WBR) en huurder [Partij A] over een huurprijsverlaging wegens gebreken aan het keukenblok van een gehuurde woning. De woning werd in 1994 gerenoveerd en het keukenblok vernieuwd. In 2004 stelde de huurcommissie vast dat het keukenblok ernstig versleten was en kende een tijdelijke huurverlaging toe van 40%.
WBR vorderde in eerste aanleg vernietiging van deze uitspraak en vaststelling van de oorspronkelijke huurprijs, stellende dat het gebrek het gevolg was van onzorgvuldig gebruik door huurder. De rechtbank stelde WBR in de gelegenheid bewijs te leveren dat huurder zich niet als goed huurder heeft gedragen en dat daardoor het keukenblok voortijdig beschadigd is geraakt.
Het hof overweegt dat het gebrek aan het keukenblok een gebrek in de zin van artikel 7:241 BW Pro betreft en dat de huurcommissie terecht een tijdelijke huurverlaging toekende. Het hof wijst het beroep van WBR af omdat het bewijs dat het gebrek door huurder is veroorzaakt onvoldoende is gemotiveerd en het vermoeden van artikel 7:218 lid 2 BW Pro is weerlegd. Het hof bekrachtigt het tussenvonnis en verwijst de zaak terug naar de rechtbank voor verdere afhandeling.
Het hof veroordeelt WBR in de kosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het tussenvonnis en wijst het beroep van WBR af wegens onvoldoende bewijs van onzorgvuldig gebruik door huurder.