ECLI:NL:GHSGR:2007:BA4444
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging erfdienstbaarheid uitweg voor garage en verbod op strijdig gebruik
In deze civiele zaak stond de vraag centraal of de erfdienstbaarheid van uitweg voor de bereikbaarheid van de garage van geïntimeerden kon worden opgeheven. Appellant vorderde opheffing omdat hij meende dat geïntimeerden geen redelijk belang meer hadden bij het gebruik van de uitweg. Het hof oordeelde dat onvoldoende was komen vast te staan dat het redelijk belang was verdwenen, mede omdat de garage nog steeds geschikt is voor het stallen van auto's en de toegang via het eigen perceel van geïntimeerden beperkt is.
Daarnaast vorderden geïntimeerden een verklaring voor recht dat ook een erfdienstbaarheid bestond voor de loods, maar het hof oordeelde dat hiervoor geen sprake was van een erfdienstbaarheid door bestemming of verjaring. De rechtbank had dit oordeel eerder bevestigd en het hof vond geen aanleiding dit te wijzigen.
Appellant had subsidiair gevorderd dat geïntimeerden zich zouden onthouden van gedragingen die in strijd zijn met de erfdienstbaarheid en dat zij ervoor zouden zorgen dat ook derden dit naleven. Het hof oordeelde dat appellant hiervoor wel voldoende belang had, gelet op het verleden waarin onrechtmatig gebruik had plaatsgevonden. Daarom werd deze vordering toegewezen, maar zonder oplegging van een dwangsom omdat er geen aanwijzingen waren dat geïntimeerden zich niet aan de uitspraak zouden houden.
Het hof vernietigde het vonnis van de rechtbank voor zover de subsidiaire vordering was afgewezen en stelde deze alsnog toe. De overige onderdelen van het vonnis werden bekrachtigd. De proceskosten werden in het principaal hoger beroep gecompenseerd en in het incidenteel hoger beroep werden geïntimeerden veroordeeld in de kosten.
Uitkomst: De erfdienstbaarheid van uitweg voor de garage blijft bestaan en geïntimeerden worden veroordeeld zich te onthouden van strijdig gebruik.