ECLI:NL:GHSGR:2006:AZ3431
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- M. Hooykaas
- L.M. Croes
- R. van der Vlist
- Rechtspraak.nl
Beoordeling groepsverbondenheid en medezeggenschap bij joint venture zonder overwegende zeggenschap
In deze zaak stond centraal de vraag of Cendris BSC, een joint venture waarin TNT 51% van de aandelen bezit, moet worden beschouwd als onderdeel van de groep verbonden ondernemingen van TNT, zodat de ondernemingsraad van Cendris BSC vertegenwoordigd moet zijn in de centrale ondernemingsraad (COR) van TNT. De COR vorderde dit op grond van artikel 33 van Pro de Wet op de ondernemingsraden (WOR) en afspraken uit 2000.
Het hof stelde vast dat hoewel TNT meerderheidsaandeelhouder is, zij geen overwegende zeggenschap heeft in Cendris BSC. Besluiten vereisen een tweederde meerderheid in de algemene vergadering en volstrekte meerderheid in de raad van commissarissen, waarbij beide aandeelhouders gelijke invloed hebben. Ook de benoeming van de directeur is niet bindend voor TNT.
Gelet op deze zeggenschapsverdeling behoort Cendris BSC niet tot de groep verbonden ondernemingen van TNT. Het hof verwierp ook de stelling dat op grond van de afspraken uit 2000 Cendris BSC in de medezeggenschapsstructuur van TNT moet worden opgenomen, omdat die afspraken alleen zien op meerderheidsdeelnemingen met overwegende zeggenschap.
De beschikking van de kantonrechter, die de COR in het gelijk stelde, werd vernietigd en de verzoeken van de COR werden afgewezen. De proceskosten werden gecompenseerd. Hiermee werd bevestigd dat medezeggenschap volgt uit zeggenschap en dat een joint venture zonder overwegende zeggenschap niet automatisch tot de groep verbonden ondernemingen behoort.
Uitkomst: Het hof wees de verzoeken van de centrale ondernemingsraad af omdat TNT geen overwegende zeggenschap heeft in Cendris BSC en deze onderneming niet tot de groep verbonden ondernemingen behoort.