ECLI:NL:GHSGR:2006:AY4799
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep kort geding
- A.H. de Wild
- A.V. van den Berg
- M.J. Kuiper
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering onmiddellijke invrijheidstelling wegens rechtmatige executie vervangende hechtenis
In deze zaak vordert [geïntimeerde] onmiddellijke invrijheidstelling en een voorschot op schadevergoeding wegens vermeende ongelijke behandeling bij de executie van vervangende hechtenis ter zake van een schadevergoedingsmaatregel. De voorzieningenrechter had invrijheidstelling gelast vanwege ongelijkheid in behandeling ten opzichte van medeveroordeelden, maar wees de schadevergoeding af.
De Staat gaat in hoger beroep tegen dit vonnis met vier grieven, waaronder het ontbreken van ongelijke behandeling en onrechtmatigheid van de executie. Het hof oordeelt dat geen sprake is van zodanige ongelijke behandeling dat onmiddellijke invrijheidstelling gerechtvaardigd is. De verschillen in uitvoering van vervangende hechtenis bij medeveroordeelden zijn verklaarbaar en niet onrechtmatig.
Verder verwerpt het hof de stellingen van [geïntimeerde] dat de vervangende hechtenis niet als ultimum remedium wordt ingezet, dat zijn gezondheidstoestand de hechtenis belemmert, en dat de maatregel in strijd is met Europese mensenrechten. Het hof benadrukt dat de schadevergoedingsmaatregel en de daaraan verbonden vervangende hechtenis rechtsgeldig zijn opgelegd en uitgevoerd.
De vordering tot onmiddellijke invrijheidstelling wordt afgewezen, evenals de schadevergoeding. Het hof vernietigt het vonnis van de voorzieningenrechter en veroordeelt [geïntimeerde] in de proceskosten van zowel eerste aanleg als hoger beroep.
Uitkomst: De vordering tot onmiddellijke invrijheidstelling wordt afgewezen en de kosten worden aan [geïntimeerde] opgelegd.