ECLI:NL:GHSGR:2006:AY2888
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- M.E. Sanders
- J. Tromp
- J.M. van Walderveen
- Rechtspraak.nl
Beoordeling vrijstelling omzetbelasting en BPM voor auto honorair consulaat
Belanghebbende, geleid door een honorair consul, verzocht om een bijzonder kenteken en vrijstelling van omzetbelasting en BPM voor een dienstauto bestemd voor de consulaire vertegenwoordiging. De Inspecteur wees dit verzoek af, waarop belanghebbende bezwaar maakte dat eveneens werd afgewezen. Vervolgens kwam belanghebbende in beroep bij het Gerechtshof.
Het geschil betrof de vraag of de auto kwalificeert voor vrijstelling op grond van het Verdrag van Wenen inzake consulaire betrekkingen en de Nederlandse fiscale regelgeving. Het Hof overwoog dat de auto niet valt onder de goederen bestemd voor officieel gebruik van een consulaire post zoals bedoeld in het Verdrag. Daarnaast wees het Hof het beroep op het gelijkheidsbeginsel af, omdat er wezenlijke verschillen bestaan tussen beroepsconsulaire en honorair consulaire vertegenwoordigingen, die internationaal erkend zijn.
Het Hof concludeerde dat de minister van Financiën binnen zijn beoordelingsvrijheid heeft gehandeld door de verschillende behandeling in de Uitvoeringsregeling en het Besluit. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende tegen de afwijzing van vrijstelling omzetbelasting en BPM wordt ongegrond verklaard.