ECLI:NL:GHSGR:2005:AU4034
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- A.H. de Wild
- M.H. van Coeverden
- M. Brink
- Rechtspraak.nl
Arbeidsovereenkomst blijft voortbestaan ondanks beëindiging moederbedrijf en onregelmatig ontslag
De zaak betreft een geschil tussen PGL Europe B.V. en een werkneemster over de voortzetting van haar arbeidsovereenkomst en de rechtmatigheid van haar ontslag op staande voet. De werkneemster was oorspronkelijk in dienst bij het moederbedrijf in Taiwan en werd uitgezonden naar Nederland, waar zij een arbeidsovereenkomst sloot met PGL. Na haar terugplaatsing naar Taiwan en terugkeer naar Nederland ontstond onenigheid over de beëindiging van haar dienstverband.
Het hof oordeelt dat het beëindigen van de arbeidsovereenkomst met het moederbedrijf niet automatisch leidt tot het einde van de arbeidsovereenkomst met PGL, omdat hiervoor geen overeenkomst of instemming was. Ook het vertrek van de werkneemster naar Taiwan wordt niet gezien als een opzegging of beëindiging met wederzijds goedvinden van haar dienstverband met PGL.
Het ontslag op staande voet wegens het meenemen van een harddisk wordt door het hof onrechtmatig bevonden. Hoewel het handelen van de werkneemster niet ideaal was, was het onvoldoende zwaarwegend voor een ontslag op staande voet. De werkneemster had recht op doorbetaling van salaris, vakantietoeslag en vergoeding voor niet-genoten vakantiedagen tot de ontbindingsdatum van 15 augustus 2003. PGL wordt veroordeeld tot betaling van deze bedragen, vermeerderd met wettelijke verhoging en rente.
Uitkomst: De arbeidsovereenkomst bleef voortbestaan tot 15 augustus 2003 en PGL werd veroordeeld tot betaling van salaris, vakantietoeslag, vakantiedagen en wettelijke verhoging.