ECLI:NL:GHSGR:2004:AR5597
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- Tijnagel
- Van Walderveen
- Engel
- Rechtspraak.nl
Belastingheffing over voordelen uit aandelenopties onder opschortende voorwaarde
Belanghebbende, werknemer bij A B.V., maakte bezwaar tegen de aanslag inkomstenbelasting 1997 waarin voordelen uit aandelenopties werden belast. Deze opties waren toegekend onder de opschortende voorwaarde dat belanghebbende op bepaalde tijdstippen in 1997 in dienst zou zijn van A B.V. Het geschil betrof de vraag of het voordeel terecht in 1997 was belast en of de waarde juist was vastgesteld.
De aandelenopties waren verdeeld in oude en nieuwe opties met verschillende vesting- en uitoefenperioden. De fiscale behandeling was vastgelegd in een overeenkomst tussen A B.V. en de Belastingdienst, waarbij het belastbare voordeel werd bepaald op het moment dat de opties onvoorwaardelijk werden, met een specifieke berekeningswijze.
Belanghebbende stelde dat de opties materieel onvoorwaardelijk waren toegekend en het voordeel reeds bij toekenning belast had moeten worden. Het hof verwierp dit, stellende dat de opschortende voorwaarde realiteitsgehalte heeft en dat situaties konden voorkomen waarbij het dienstverband niet zou voortduren. Het hof bevestigde dat het voordeel terecht in 1997 is belast volgens de overeengekomen methode.
Het beroep van belanghebbende werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Het hof benadrukte dat het gelijkheidsbeginsel geen steun biedt voor het standpunt van belanghebbende omdat de situaties juridisch en feitelijk verschillen.
Uitkomst: Het hof bevestigt dat het voordeel uit aandelenopties onder opschortende voorwaarde in 1997 belastbaar is naar de waarde bij onvoorwaardelijk worden.