ECLI:NL:GHSGR:2004:AR3657
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Labohm
- Stille
- Ydema
- Rechtspraak.nl
Beoordeling behoefte en draagkracht bij alimentatie na echtscheiding
De vrouw en man zijn in 1979 gehuwd onder huwelijkse voorwaarden en zijn feitelijk gescheiden sinds 1999. De rechtbank sprak de echtscheiding uit in 2001, waarbij de alimentatie voor de vrouw aanvankelijk werd vastgesteld en later verhoogd. De vrouw vordert een alimentatie van €12.500 per maand, terwijl de man dit betwist en een lagere alimentatie wenst.
Het hof onderzoekt de behoefte van de vrouw aan alimentatie, waarbij het uitgaat van het gezinsinkomen tijdens de samenleving en constateert dat de vrouw onvoldoende onderbouwing geeft voor haar hoge behoefte. Het hof acht redelijk dat de vrouw deels in haar eigen levensonderhoud voorziet, gezien haar opleiding en werkverleden, en kent haar een verdiencapaciteit toe op het niveau van het minimumloon.
Ten aanzien van de draagkracht van de man wordt vastgesteld dat het inkomen moet worden gebaseerd op feitelijke inkomsten en niet op fictief rendement over vermogen. Het hof houdt rekening met de financiële situatie van de man, inclusief gouden handdrukken en vermogen, en stelt dat de huidige partner van de man in haar eigen levensonderhoud kan voorzien, zodat haar kosten niet ten laste van de man komen.
Vanwege de complexe financiële situatie en langdurige procedures benoemt het hof een register-accountant als deskundige, onder leiding van een raadsheer-commissaris, om een gedegen financieel onderzoek te verrichten. Het hof bepaalt dat de man een voorschot van €12.000 aan de deskundige dient te betalen en houdt de zaak pro forma aan voor verdere behandeling.
Uitkomst: Het hof wijst het verzoek tot alimentatieverhoging af, benoemt een deskundige voor financieel onderzoek en houdt de zaak aan voor verdere behandeling.