ECLI:NL:GHSGR:2004:AR0685
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- Otto Schuurman
- Vierhout
- Visser
- Rechtspraak.nl
Vaststelling marktwaarde kantoorgebouw en parkeergarage voor WOZ-beschikking
Het geschil betreft de vaststelling van de waarde van een kantoorgebouw en een parkeergarage te Den Haag voor de Wet waardering onroerende zaken (WOZ) met peildatum 1 januari 1995. Belanghebbende, eigenaresse en gebruiker van de onroerende zaken, betwistte de waardebepaling van de Inspecteur en kwam in beroep bij het gerechtshof.
Het hof overwoog dat het kantoorgebouw een courant object is dat ook commercieel geëxploiteerd kan worden, waardoor de marktwaarde leidend is. De gecorrigeerde vervangingswaarde mag niet hoger zijn dan de marktwaarde. Tevens werd geoordeeld dat invloed van omzetbelasting bij de waardebepaling niet geëlimineerd hoeft te worden, omdat de Staat als eigenaar geen ondernemer is die omzetbelasting kan aftrekken.
Partijen hadden elk de marktwaarde berekend via de huurkapitalisatiemethode met licht verschillende uitkomsten. Het hof stelde de waarde vast op het rekenkundig gemiddelde van deze uitkomsten. Over de waarde van de parkeergarage was overeenstemming. Het beroep van belanghebbende werd gegrond verklaard, de eerdere uitspraken vernietigd en de waarde van de onroerende zaken aangepast. De Inspecteur werd veroordeeld in de proceskosten, die door de gemeente Den Haag moeten worden vergoed.
Uitkomst: De waarde van het kantoorgebouw en de parkeergarage wordt vastgesteld op het rekenkundig gemiddelde van de marktwaardebepalingen, zonder eliminatie van omzetbelasting.