ECLI:NL:GHSGR:2004:AP1246
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- Savelbergh
- Engel
- Van Rijn
- Rechtspraak.nl
Geen voorziening voor toekomstige gedifferentieerde Pemba-premie toegestaan
Belanghebbende, een houdstermaatschappij binnen een fiscale eenheid, vormde in haar aangifte vennootschapsbelasting een voorziening voor de toekomstige gedifferentieerde premie op grond van de Wet Premiedifferentiatie en Marktwerking bij Arbeidsongeschiktheidsverzekeringen (Wet Pemba).
De Inspecteur betwistte de toelaatbaarheid van deze voorziening, stellende dat de toekomstige uitgaven betrekking hebben op jaren na de balansdatum en daarom niet aan die balansperiode kunnen worden toegerekend. Het Hof bevestigde dit standpunt en oordeelde dat de toekomstige premies mede afhankelijk zijn van de loonsom in het jaar volgend op het jaar van premievaststelling, waardoor de uitgaven niet hun oorsprong vinden in feiten voorafgaand aan de balansdatum.
De Hoge Raad-criteria uit het Baksteenarrest werden toegepast, waarbij het Hof concludeerde dat niet aan de eerste twee voorwaarden was voldaan: de toekomstige uitgaven kunnen niet worden toegerekend aan de balansperiode en vinden niet hun oorsprong in feiten uit die periode.
Het beroep van belanghebbende werd daarom ongegrond verklaard. Tevens werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd op 8 juni 2004 in het openbaar uitgesproken door het Gerechtshof 's-Gravenhage.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende op het vormen van een voorziening voor de toekomstige gedifferentieerde premie wordt ongegrond verklaard.